moppen

een verzameling van wat jullie instuurden...

Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

NIEUW !!! Meer dan 300 Baziel-moppen

Baziel (1).
 
Baziel stond met Hektor op de Markt. Kwam daar een toerist bij hen staan en vroeg: "Entschuldigung, sprechen Sie Deutsch?"
De twee staarden hem niet begrijpend aan.
"Excusez-moi, parlez vous Français?" De twee bleven hem aanstaren.
"Per favore, lei non parlate Italiano?" Geen gevolg.
"Hablan ustedes Español?" Ze bleven maar staren.
"Do you speak English?" En maar blijven staren.
Daarop de toerist ontmoedigd op zoek naar een ander slachtoffer.
Zegde Hektor: "Baziel, we zouden misschien toch eens moeten beginnen talen leren".
Waarop Baziel: "Ja, en worom? Kiek no dien vremden, je sprikt ie vuuf
toalen, en je kunt hem nog niet verstoanboor maken".
 
 
 
 
Baziel (2)
 
Baziel en Hektor stonden aan de toog van hun stamcafé.
Zei Baziel : "Kiek no die mens. Je geliekt heel ip de Paus".
Wat later: " 'k Peizen dat dat de Paus is".
Nog wat later: "'k Gon 't em wel e ki gon vragen zi, osdatie de Paus is".
Hij naar de ongewone gast, vraagt hem iets, en krijgt een snauw terug.
Komt hij weer bij Hektor die vroeg: "En, is 't de Paus?"
Baziel: "Ewè jé gantwoord: je kan ze bitje kussen". En met een zucht:
"Me gon 't dus nooit weten of dat da nu de Paus was".
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Baziel (3)
 
Baziel was kelner.
Vroeg daar een klant "potage aux pointes d'asperges".
Nadat Baziel de soep gebracht had, riep de klant hem terug: "Er zit geen enkel aspergekopje in die soep".
Zei Baziel, "En os je een coupe maison vraagt, 't zit do toch ook gin huus in?"
 
 
Baziel (4)
 
Baziel ging eens naar den Opera.
Aan het loket vroeg hij "een half ticket"
"Waarom een half?", vroeg de kassier.
Baziel: "Omda 'k ik dooft zien ip mijn één ore".
 
 
Baziel (5)
 
Een bazig vrouwmens zei tegen Baziel: "Gij hebt gelijk een bulte op uw rug".
Zegde Baziel, "Ba neen Madam, mo 'k doen ik lik de katten"
"Hoe ge doet gij gelijk de katten?"
"Ja'k, ieder kir da'k een lelijke beeste tegen kommen, krommen ton mien rik".
 
 
Baziel (6)
 
Baziel kwam heel, heel laat thuis.
"Van waar kom je gie?" riep een kwade Zulma.
"Ik hen moeten waken bie 't bedde van een vriend die an 't dood goon is" zei Baziel.
"Waffer vriend?" vroeg Zulma.
"Da ne 'k et nie weten" antwoordde Baziel, "je was veel te ziek vo nog te
kunnen zen name zeggen".
 
 
 
 
Baziel (7)
 
Baziel zegde tegen Hektor: "Ik gon ip reize nor Spanje"
Hektor: "Pas mor ip vor een zunneslag, want 't is do toe viftig groden in de
lommer".
Baziel: "Wien zegt er da 'k ik in de lommer gon lopen?".
 
 
Baziel (8)
 
Met zijn oude krak van een auto reed Baziel aan volle snelheid.
Riep Hektor: "D'échappementsbuize rammelt". Geen gehoor. Hij schreeuwde in zijn
oor "D'échappementsbuize rammelt". En zo nog een paar keren.
Zei Baziel al meteens : " 'k En horen nie wat da je zegt, met die
échappementsbuuze die rammelt".
 
 
Baziel (9)
 
Baziel was met Zulma naar de dierentuin getrokken.
Net die dag was een orang-outang losgebroken, en plots sprong hij van achter een haag en greep Zulma met duidelijke bedoelingen vast.
"Baziel, Baziel", riep ze, "wa moet 'k doen?"
"Doe gelijk thuus", zei Baziel, "zegt da je zeer in je kop hèt".
 
 
Baziel (10)
 
Bij de namaakantiquair had Baziel een bed gekocht, een Louis Quinze.
Maar 's anderendaags stond hij daar al weer.
Zei hij: "Da bedde is te kleene vo Zulma.
'k Zoen hem willen verwisselen vor een Louis Seize".
 
 
Baziel (11)
 
Zegde Baziel tegen een stamgast op café:
" 't Is rare, mo je geliek gie helegans ip mijn Zulma,
uutgenomen de moustache nateurlijk".
Zegde de stamgast: "Mor ik en hebbe geen moustache".
Baziel: "'t Is toch 't geen dè 'k zeggen".
 
 
Baziel (12)
 
In het circus schreed een beeldschoon meisje naar een leeuw.
Ze ontknoopte haar bovenkleed, haalde een weelderige borst uit en stopte die in de gapende muil van de leeuw.
Algemeen applaus.
Zegde de directeur: "Wie van het publiek durft dit nadoen?"
"Ik, direkt", riep Baziel, "mo doet eerst mor e ki die leeuw weg".
 
 
Baziel (13)
 
In het café stond een oudstrijder op te scheppen. "Mijn betovergrootvader heeft tegen den Hollander gevochten in 1830, en mijn overgrootvader tegen den fransman in 1870 en mijn grootvader tegen de negers in Congo, en mijn vader tegen den Duits in 14-18, en ik ook tegen den Duits in 40 en mien zeune tegen de communisten in Korea."
Zegde Baziel: "Ja, 'k horen 't, je zie gie van een familie die mè niemand
overeenkomt".
 
 
Baziel (14)
 
Baziel ging naar de dokter, met zware buikpijn.
Zegde hij tegen de dokter: "'t Is verzekers van die oesters dè 'k geêten hen".
Zegde de dokter: "Waren ze vers als je ze open deed?"
"Hoe", zei Baziel, "moe je dat open doen?"
 
 
Baziel (15)
 
De vrouw van Hektor zag Baziel afkomen, die haar man wilde verleiden om mee op café te gaan.
"D'er is niemand thuus" riep ze.
"Allé", zei Baziel, "'t is ton nog best da 'k nie gekommen zien".
 
 
 
 
 
 
 
Baziel (16)
 
Baziel had in een onooglijk en schamel hotel gelogeerd.
's Morgens weigerde hij te betalen, onder voorwendsel dat hij geen oog had
dichtgedaan, vanwege een dode luis in zijn bed.
"Allé kom", zegde de uitbater, "wakker gebleven van één dode luis, zeker!"
"Jamor" zei Baziel, " 't en was nie van die doo weegluuze, mor van ol da volk die gekommen was vor de begravinge".
 
 
Baziel (17)
 
Baziel was op weg met de kar, volgeladen met het product uit de aalput, om het land mee te bemesten.
Hij reed onvoorzichtig en in een bocht van de weg kantelde de wagen en liep de ganse vracht weg in de beek.
"Terdju", zei Baziel, "mèn heel 't joor vo niks gescheten".
 
 
Baziel (18)
 
" 'k Werken ik nu in een ottofabriekke" vertelde Baziel, "me maken miender dor ottos"
" Je ziet an den band zeker?", vroeg Hektor.
"Mo ba neen", antwoordde Baziel, " 'k lopen ik do vri".
 
 
Baziel (19)
 
Baziel was kelner.
Riep daar een klant met veel misbaar: "Er ligt een vlieg in mijn glas wijn".
Zei Baziel: "Moe je do zo'n spil van maken, vo 't winnige da zo'n beestjie
drinkt".
 
 
Baziel (20)
 
Baziel was kelner.
Vroeg een klant: "Garçon, heb je kikkerbillen?"
Antwoordde hij: "Neen meneer, 't is mijn broek die spant".
 
 
 
Baziel (21)
 
Baziel was brandweerman.
Langs een lange ladder kwam hij traag naar beneden, met in zijn armen een jonge vrouw die hij gered had uit de bovenste verdieping van een hoog gebouw in lichte laaie. "Morgen sto 'k in de gazette", zegde hij "pompier redt leven van zwangere vrouw". "Héla", antwoordde ze, "ik ben niet zwanger hoor".
"Sprik nie te rap" zei Baziel, "me zien nog verre van beneen".
 
 
Baziel (22)
 
Baziel ging op restaurant met Zulma.
"Caviaar" vroeg hij aan de patron, "wat is da?".
"Dat zijn eieren van steur" antwoordde hij.
"Me gon dormee begunnen" zei Baziel. "Vor elks zo'n eitjie, en zochte gekokt".
 
 
Baziel (23)
 
Zei Hektor: "Baziel 'k heb gehoord dat Zulma gevaarlijk ziek is?"
"Ja", zei Baziel, "z'is ziek, mo 't is os ze gezoend is da ze gevoorlijk is".
 
 
Baziel (24)
 
Ze zaten te filosoferen op café.
Zegde Manten "Mijn vrouw had gelezen van de Twee Wezen en w'hebben een tweeling gehad".
En Hektor zei: "De mijne had gelezen van de Drie Musketiers en we hebben een drieling gekregen".
Plots veerde Baziel recht en liep ijlings naar buiten.
Hij riep zijn maats nog na: "Zulma gieng juuste begunnen lezen in Ali-Baba en de veertig rovers".
 
 
 
 
 
 
 
Baziel (25)
 
Op de vismarkt vroeg Baziel aan het viswijf: "Is je vis vers? J'en is toch nie
oudbakken?". "Mo Baziel" zei ze, "die vis leeft nog".
"Da wil niet zeggen", zei Baziel, "je leef gie ook nog".
 
 
Baziel (26)
 
Baziel was boereknecht.
Op het erf kwam een bezoeker die vroeg: "Is den boer thuis?"
"Jaje", zei Baziel, "j'is bezig in 't zwienekot. Je got hem wel erkennen, 't is
den dienen met een klakke ip zijn kop".
 
 
Baziel (27)
 
Toen Baziel nog naar de dorpsschool ging, had zijn vader hem 100 fr beloofd als hij met een goed rapport kwam.
Na de prijsdeling kwam hij vrolijk naar huis en zei: "Voader 'k hen goe nieuws vo je, je mag jen hoenderd frank hoeden".
 
 
Baziel (28)
 
Baziel kwam zwaar beladen thuis.
"Ik hèn vuuf flasschen wien gedroenken" wauwelde hij tegen Zulma.
"Mo wit je gie nie dat er olle jore hoenderd duust Fransmans doodgoon van wien te drinken?" vloog ze uit.
En hij: "Dankt den Here da je met een Belg getrouwd ziet, vrouwe".
 
 
Baziel (29)
 
Baziel had een zwaar ongeval overleefd maar was er gehandicapt uitgekomen: voor goed verlamd. Hij had evenwel tien miljoen van de verzekering getrokken.
Op een dag bekende hij aan Hektor: "Ik en zien ik nie lam, 't zien makementen gewist vo die miljoenen"
"Ja", zei Hektor," 't is wel schoon geld, maar daarvoor de reste van je leven
in een karretje zitten."
"Ja 'k en doe", zei Baziel, "ten nooste moond go 'k nor Lourdes".
 
 
Baziel (30)
 
Baziel was geopereerd van een blindedarmontsteking.
Toen hij ontwaakte, zegde de verpleegster: "Ik breng u aanstonds de bedpan".
"Wad hem me nu", zei Baziel, "moeten m'hier zelve ons eten maken?"
 
 
Baziel (31)
 
Baziel zat op hete kolen terwijl de controleur zijn belastingen aan het
berekenen was. "Ziezo", zei deze, "alles is berekend Baziel, ik ben zeker dat
je dit als goede burger met de glimlach zult regelen"
"Wat een pak van mijn herte" antwoordde hij, " 'k zaten ol te peinzen da je
gienk me geld vragen".
 
 
Baziel (32)
 
Baziel was kelner.
Kwam er daar een klant uit het toilet: "Ga eens zien" kloeg hij, "die handdoek daar is stinkende vuil".
"Allé", zei Baziel, "j'hangt dor ol een weke en je ziet den eersten die van z'n
neuze makt".
 
 
Baziel (33)
 
Baziel was het huis uitgeslopen met in zijn broekzak een fles whisky die hij op zijn eentje wou gaan soldaat maken, buiten het oog van Zulma.
Maar bij het oversteken van de straat werd hij aangereden en tegen de grond gesmakt. Hij voelde aan zijn been: 't was al nat.
"Och Here" riep hij "'t is 't hopen dat 't bloed is".
 
 
Baziel (34)
 
"Moest ik nu dood gaan Baziel" vroeg Zulma "wat zou je doen?"
"'k Zoen zot worden" antwoordde hij.
"En zou je hertrouwen?"
"Ja zot Zulma, mo nie zo zot."
 
 
Baziel (35)
 
De dokter onderzocht Baziel. "Drinkt gij?" vroeg hij hem.
Baziel: "'t Is vriendelijk meneer den dokteur. Wat hè je in huus?"
 
 
Baziel (36)
 
De dokter onderzocht Baziel.
"Ik vind niets" zie hij "ik denk dat het van den drank komt".
"Da gif nie meneer den dokteur," antwoordde Baziel, " 'k gon e kir were kommen os je nuchter ziet".
 
 
Baziel (37)
 
De dokter onderzocht Baziel die "den bever" had.
"Drink je veel?" vroeg hij.
" Ehwel, 'k schienken veel uut", zei Baziel, "mo 'k en drienken nie olles, want 'k sturten vele".
 
 
Baziel (38)
 
De dokter vermaande Baziel: "Dertig procent van de ongevallen gebeuren door mensen in dronken toestand".
Baziel kwam thuis en vertelde aan Zulma: "Den dokteur heet het gezeid: zeventig percent van d'accidenten gebeuren deur menschen die nuchter zien".
 
 
Baziel (39)
 
Buurvrouw Melanie woonde alleen. " 'k Ben toch zo benauwd" zei ze.
"En van wadde?" vroeg Baziel.
"Dat ze me 's nachts zouden komen pakken".
"Je moet dor nie mee inzitten" zei Baziel, "os 't kloor wordt en ze zien je,
gon ze je wel were briengen"".
 
 
 
 
Baziel (40)
 
De notaris vertelde aan Baziel: "Ik verzamel nu antiek".
"'k Peisden 't wel", zei Baziel, " 'k hèn dor juuste je vrouwe gezien".
 
 
Baziel (41)
 
Baziel verkocht kanarievogels.
Een klant kwam een te haastig gekocht diertje terugbrengen: het had maar één pootje. "Ja wa wil je?" vroeg Baziel, " Is 't een schuffelore da je moet hèn of is 't een danseur?"
 
 
Baziel (42)
 
Zulma vroeg aan Baziel: "Kiekt e ki buuten waffer weer dat 't is".
Hij kwam terug en zei: " 'k En kan 't nie zien, 't smoort te vele".
 
 
Baziel (43)
 
Baziel stond te kijken naar de voorbijtrekkende rijkswachters te paard.
Plots riep hij: "Gendarm, gendarm, je peird is handicapt."
"Hoe zo?" zei de rijkswachter
Baziel: " Eh wel ja, de klootzak zit ol boven".
 
 
Baziel (44)
 
Baziel stond aan de kant van de weg.
Twee "zwaantjes" hielden hem tegen.
"Heb je hier geen vrachtwagen met varkens zien voorbijrijden?"
"Ja 'k", zei Baziel, "zie je d'er misschien van gevollen dè?".
 
 
Baziel (45)
 
Aan de Gentpoort stond een pas aangeworven agentje het verkeer te regelen.
Hij zag er uit als een kommunikantje, blozend gezicht, kraaknet uniform.
Baziel ging dreigend op hem af en sprak:
"Joengentjie, wit je papa da, da je gie agent ziet?"
Baziel (46)
 
Baziel: "Een citroene, heet da potjies?"
Hector: "Nateurlik nie".
Baziel: "Een citroene, heet dat een bekstjie?"
Hector: "Mo nateurlik nie".
Baziel: "Terdju, 't is ton olgliek m'n kanorie da'k uutgewroengen èn".
 
 
Baziel (47)
 
Baziel reed met zijn fiets midden op de baan.
Twee "zwaantjes" hielden hem tegen:
"Awel vriend, weet gij niet waar dat het fietspad is?"
"Toetoet", antwoordde Baziel, "da ligt do zi, ip de kant.
Mo 'k weet nie os je giender do got ip meugen mè joender zwore mottos".
 
 
Baziel (48)
 
Baziel telefoneerde naar de dokter:
"Dokteur, kom zere, 'k hen mien twee oren verbrand".
"Hoe heb je dat gedaan?" vroeg de dokter.
Baziel: " 'k Was bezig mè strieken en ol mè e ki, de telefon gieng, en 'k hen
toch wè gemist zeker en 't striekiezer tegen men ore geleid".
"Jamaar, je twee oren zeg je?"
Baziel: " Wè ja, 'k mosten toch no joen bellen ook".
 
 
Baziel (49)
 
Baziel: "Apotheker, gift e ki 5 kg Tampax".
Apotheker: " 'k Zie dat je dat niet gewend bent Baziel. Waarvoor moet dat
dienen?"
Baziel: " 't Stoot in de reclame da je dor mee kan dansen, zwemmen en te peirde riên. En 'k willen dat olle drie e ki doen".
 
 
 
 
 
 
 
Baziel (50)
 
De autodealer: "Baziel, een schonen auto, dat ware iets voor u".
Baziel: "Wa moette ekik do mee doen?"
Autodealer: " Wel, bijvoorbeeld als je om 7 uur met den auto aanzet dan sta je een uur later in Brussel".
Een week later:
Autodealer: "En?"
Baziel: " 'k En gon gin otto kopen".
Autodealer: "En waarom niet?"
Baziel: " Ehwè, 'k èn me bepeisd. Wa moe ik in 's hemelsname 's nuchtens ten achten in Brussel gon doen?"
 
 
Baziel (51)
 
Baziel reed in de verkeerde richting rond een rotonde.
De agent " Ehwel Baziel, heb je de pijlen niet gezien?"
Baziel: " Pielen! Waffer pielen? 'k En hèn zelfs nog gin Indionen gezien".
 
 
Baziel (52)
 
Baziel had in occasie een afgedankte treinwagon gekocht en achter in zijn tuin geplaatst.
Zag Hektor hem daar die wagon vooruitduwen in één richting, vlug verlopen en duwen in de andere richting, heen en weer.
Hektor: "Ehwel Baziel, wa stik je dor uut?"
Baziel: "Zulma zit ip 't vertrek en 't is 'niet gebruiken bij stilstand'!"
 
 
Baziel (53)
 
Baziel zat in zijn achtertuin, in de gietende regen, een pijpje te roken onder
een paraplu, gezeten voor zijn wagon.
Kwam Hektor langs: "Mor Baziel, in zo'n weer, waarom kruip je nie in je wagon?"
Baziel: " 'k Hèn me miskocht, 't is een 'non fumeur'!".
 
 
 
 
 
Baziel (54)
 
Toen Baziel naar 't leger moest, vroegen ze hem in 't Klein Kasteeltje: "Kies
je voor de zeemacht, de luchtmacht of de landmacht?"
"De marine" zei Baziel.
"Goed zo, kun je zwemmen?"
Baziel: "Hoe, hèn ze gin boten mè dè?"
 
 
Baziel (55)
 
Baziel meldde zich aan bij een boomhakkersbedrijf.
Hij werd aangeworven en kwam de eerste dag naar zijn werk met een heel klein bijltje, bijna speeltuig.
"Denk je dààr bomen mee om te hakken?" vroeg de baas.
"Nateurlik", zei Baziel, "je wit zeker nie da kik specialist zien?"
De baas: "Specialist, en waar heb je dan wel gewerkt?"
Baziel: Ik hèn bomen geveld in de Sahara"
De baas: "Mor allé, ter zien dor toch gin bomen".
Baziel: "Nu nie mè, nu nie mè".
 
 
Baziel (56)
 
Een Amerikaanse farmer kwam op bezoek en schepte op tegen Baziel:
" Mijn eigendom is zo uitgestrekt dat als ik er de toer wil van doen, ik 's
morgens heel vroeg moet aanzetten en pas 's avonds heel laat weer thuis ben".
Baziel: " 'k Hèn ook nog zo'n otto hèt".
 
 
Baziel (57)
 
Hektor: "Mo Baziel, je hebt een bruine en een zwarte schoe aan"
Baziel: " Ja 't is rare hé. En je wit zeker nie wa? 'k Hèn tuus nog zo'n poor
stoon".
 
 
 
 
 
 
 
Baziel (58)
 
Baziel liep door de warme straatjes in Antwerpen.
Klampte hem daar een dame van lichte zeden aan:
" Meneertje, kom je nie mee naar binnen?"
"En vor wa?" vroeg Baziel.
"Je got da zien, hoe geestig dat da dor is" zei het dametje.
Baziel: "Os da do binnen zo geestig is, wa doe je gie hier ton ip stroate?"
 
 
Baziel (59)
 
Baziel stond op de trein te wachten.
"Nor wor go je?" vroeg Hektor.
"Zwiegt Hektor", zei Baziel, " 'k zien Zulma zo beu, da'k e ki no Paries goan.
Ze zeggen dat da gunter vul lopt mè schone meisjes, die stief gemakkelijk zien".
"Zo zo", zei Hektor, "maar als je mè zo'n voornemens nor Paries goot, wat doe je ton mè die grote kerkeboek oender joen orme?"
Baziel: "Ehwel, os 't gunter is lik of da ze gezeid hen, zoe'k wel bluuven toe
Zundage".
 
 
Baziel (60)
 
Baziel zei tegen Hektor: " 'k Gon een uutstaptjie doen met de vrouwe. Me gon e ki gon kieken no dien tunnel in Calais".
Maar een uur later stond hij daar al terug.
Zei Baziel tegen Hektor: "Me woren der hoast, en ol mè de ki stond er dor e
groot plakkoot ip de boane: 'pas de calais'. Zo me zien ton mo weregekeerd hé".
 
 
Baziel (61)
 
Een Frans madammeke kwam op Baziel zijn hofstede.
"O que ça pue ici" riep ze.
En Baziel in zijn beste Frans: " Ca c'est niks madamtje, ce sont mes koei".
 
 
 
 
Baziel (62)
 
Soldaat Baziel liep zonder groeten een kapitein voorbij.
De woedende officier: "Moet gij niet groeten?"
Baziel: " 'k Hen d'ere nie van je te kennen Meneere"
"En dit dan?", brieste de kapitein, wijzend naar de drie sterren op zijn kraag.
Baziel: "Pardon meneere Martell, ik en haen 't nie gezien"
 
 
Baziel (63)
 
Baziel had een tweedehands motto gekocht.
Hektor zag hem stappen met de motto aan de hand en vroeg: "Got nie dè?"
"Zwieg" zei Baziel, " 't is lik mijn eerste lief, 'k liepen d'er ook meer
neffens of da'k d'er ip zaten".
 
 
Baziel (64)
 
Baziel kwam thuis: een gat in de nacht en met een stuk in zijn kraag.
Riep Zulma: "Van woor kom je gie zo loate?"
Baziel: "Van 't kerkhof".
Zulma: "Is 't er iemand dood?"
Baziel: "Ze zien dor ol dood".
 
 
Baziel (65)
 
Baziel kwam thuis: een gat in de nacht en met een stuk in zijn kraag.
Zonder sleutel, moest hij aanbellen.
Zulma riep van achter de deur: "Is 't gie, Baziel?"
En Baziel: "Hoe zoe dadde, kommen d'er hier nog andere ook dè?"
 
 
Baziel (66)
 
Baziel stond in het pissijn.
Zei hij tegen Hektor: "Hoe oekder da'k worden, hoe hoger da'k kunnen pissen".
Hektor: "Mo Baziel, 't is toch juust 't omgekeerde?"
Baziel: "Toetoet. Vroeger piste ge'k ip mijn schoên en nu pis ekik ol ip mijn
kniên".
 
 
Baziel (67)
 
Soldaat Baziel liep met een eend onder zijn arm door de kazerne.
Vroeg de adjudant: "Wat doe je met die eend daar?"
Baziel: " 'k Hèn ze gevoenden".
De adjudant: "Ja maar in de kazerne mag je dat beest niet houden.
Het beste ware dat je er mee naar de dierentuin gaat".
's Anderendaags liep hij weer rond met zijn eend.
De adjudant: "Ik had je toch gezegd dat je ermee naar de dierentuin moest gaan?"
Baziel: " Wel bedankt vo de goe road, adjudant.
Men d'er gister no toe gewist.
En vandage gom e ki tegore no de cinema".
 
 
Baziel (68)
 
Baziel in het postkantoor: "Madame 'k zoen willen een tember hèn. Eén van 17 frank.
En o je zoe willen de pries d'er van doen: 't is vor e kadootjie".
 
 
Baziel (69)
 
Baziel was grafdelver.
Als hij weer eens laat thuis kwam snauwde Zulma: "Je go me nie wies maken da je nu nog zo lote een doon moste begraven".
"Pertang", zie Baziel, " 't was dien chanteur da me begraven hen. D'er was
zoveel volk en z'en zo lange geklakt, da m'em wel tien keren en moeten were bovenholen".
 
 
Baziel (70)
 
Baziel werd veldwachter.
Op een dag moest hij aan een inwoonster gaan melden dat haar man op een werf in Brussel verongelukt was. "En voorzichtig aankondigen hé" zei de burgemeester.
Baziel vroeg: "Zie je gie de weduwe Van Slambroeck?"
Ze antwoordde: " Getrouwd en gesteld, ja, mo gin weduwe".
Baziel: "Vor hoevele gon me wedden?".
Baziel (71)
 
Baziel was veldwachter.
Op een dag moest hij aan een inwoonster gaan melden dat haar man op straat was doodgereden. "En voorzichtig aankondigen hé", zei de burgemeester.
Aan het huis gekomen, vroeg hij: "Is Juul thuus?"
"Neen " zei zijn vrouw, "j'is no den Bazaar om waspoejer".
"J'is van gedacht veranderd", zei Baziel, "j'is om zepe".
 
 
Baziel (72)
 
Baziel, weer met een stuk in zijn voeten, was aan de verkeerde kant de autoweg opgereden.
Plots hoorde hij over de radio: "Opgepast op de E-40, er is een spookrijder
gesignaleerd".
Waarop Baziel: "Waleere, één spookrijder. 'k Hen d'er ik ol wel hoenderd
gezien".
 
 
Baziel (73)
 
In de avondschool.
Baziel: "k Zoen hier willen chinees leren".
De direkteur: "Ha zo, en waarom?"
Baziel: "Ehwel, mèn miender e chinees kiendtjie ingedoon en 't go nu verre een joor worden en me zoen toch gèren verstoon wat dat 't zegt os 't begunt te klappen".
 
 
Baziel (74)
 
Baziel werd tewerk gestelde werkloze in een museum.
Bij het poetsen liet hij een vaas ontglippen die in duizend stukken viel.
"Mo Baziel toch" jammerde de direkteur, "een vaze die meer of duust joor oed is".
Baziel: " Och, 'k en een menuut chance. 'k Woren ol benauwd dat 't een nieuwen was".
 
 
 
 
Baziel (75)
 
In de trein.
Baziel, met een "zinder" op: "Madame, zoe je geloven da je gie 't lelijkste
vrouwmens ziet da'k ooit in mijn leven gezien hen?"
De madame: "Mijneere, je ziet een oenbeschofte kèrel, en dorbie, je zied
annozel droenke".
Baziel: " 'k Weten 't madamtjie, 'k weten 't, mo van mien hé, is da morgen
gedoon".
 
 
Baziel (76)
 
Baziel kwam nachtelijk en vrolijk naar huis.
Zulma: " En, 't was were een plezanten avond zeker?"
Baziel: "Toe nu toe wel joo't."
 
 
Baziel (77)
 
Baziel kwam bij Hektor en had een koppel blauw ogen.
"Hoe komt dat?" vroeg Hektor.
"'k Zaten in de kerke", zei Baziel, "en vor me stond er e madam en heur
rokstjie zat vaste tusschen heur billen en 'k en ter willen uutholen, en z'ee
me een blauw oge geslegen".
"En hoe kom je ton an twee blauwe ogen?" vroeg Hektor.
" Eh wè, omda ze zo dul was, èk da willen goed maken en 'k hen dat rokstjie were tusschen heur billen willen steken".
 
 
Baziel (78)
 
Baziel kreeg een briefkaart.
Zei de fakteur: "D'er staat niks op geschreven".
Zei Baziel: " 't Is van mijn broere nateurlik".
"Hoe kun je dat weten? " zei de facteur, "d'er staat toch niks op?"
Baziel: "Juuste dorom. Me spreken miender ol joren nie mè tegen molkoor."
 
 
 
 
 
 
Baziel (79)
 
Baziel en Hektor hadden twee bommen uit de eerste wereldoorlog gevonden.
"Me gon da no de gendarmes briengen", zei Hektor, "mo vorzichtig, want ziet dat er één ontploft".
Baziel: "Ehwel me gon ton zeggen da me mor één gevoenden hèn".
 
 
Baziel (80)
 
Baziel was parkwachter.
Vanuit de vijver hoorde hij plots roepen: "Help, help, ik kan niet zwemmen!".
Baziel: " Ehwel j'è gie chance, want je mag hier nie zwemmen".
 
 
Baziel (81)
 
Er was een toerist in de Dyver gevallen.
Hij riep "Au secours! Au secours!"
"Wa zegt 't ie?" vroeg Baziel.
"Je roept achter hulpe" zei Hektor.
Baziel: " A 't ie ook nie beter leren zwemmen in de platse van frans te leren?"
 
 
Baziel (82)
 
Op café vroeg Baziel aan een onbekende verbruiker:
"Meneere pardon, mo zie je gie soms gin Chinees?"
"Neen ik" zei de man.
Wat later: " Mo meneere, je zie gie toch een Chinees?"
"Maar neen" antwoordde de man.
Maar Baziel was blijkbaar niet overtuigd en stelde de vraag nog een paar maal.
De man kreeg het op de heupen en om van die lastige kerel af te geraken, toen die weer op hem af kwam "Mo meneere zie je gie echt geen Chinees?" antwoordde hij: "Ehwel ja, 'k moet het bekennen, 'k ben een Chinees".
Waarop Baziel: "Ehwel meneere, je zoed het nie zeggen wèje".
 
 
 
Baziel (83)
 
Om drie uur 's nachts kwam hij thuis.
Zulma: "Legt da nu mor e kir uut, worom da je nu nor jen huus komt."
Baziel: " 'k En kosten wel nie anders, de café gienk toe".
 
 
Baziel (84)
 
"En", vroeg de generaal tegen soldaat Baziel: "Wat wil je worden in 't leger?"
Zei Baziel: "Ik willen generol worden".
De generaal: "Zijt ge zot?"
Baziel: "Is da nodig dorvoren?"
 
 
Baziel (85)
 
Baziel zat te vissen aan de waterkant.
Vroeg Hektor: "En? Bieten ze?"
Baziel: "Mo ba nee'se, je moe nie benauwd zien. Zet je mo bie".
 
 
Baziel (86)
 
Weende Zulma: " 't Is onze zilveren jubilee en je n'è niks gekocht".
Baziel: "Allé vrouwe, zeg het mo, wat è je te kope?"
 
 
Baziel (87)
 
De vader van Baziel lag op zijn sterfbed.
Vroeg Baziel: "è je wa nodig?"
"Ja", zei de vader, wijzend naar de hesp die tegen het plafond hing, "e
stikstjie van die hespe do".
Baziel: "Da gon nie goon, vodere, me sporen da vo de begravinge".
 
 
Baziel (88)
 
Langs de expressweg stopte een auto.
De chauffeur vroeg aan Baziel: "Hoe kom ik bij de Club?"
Baziel: "Ah meneere, mè vele te trainen hé".
 
Baziel (89)
 
Baziel was sergeant en moest het nieuws meedelen aan soldaat Janssens dat diens vrouw overleden was. "Maar voorzichtig hé" zei de adjudant.
Het peloton werd op een rij gezet en Baziel riep:
"Al die weduwnaar is, één stap vooruit. Soldaat Janssens acht dagen cachot."
 
 
Baziel (90)
 
Op de match Club-Anderlecht bleef er naast Baziel een plaats op de tribune vrij.
Vroeg een supporter: "Is je vrouwe nie mee dè?"
Baziel: "En nee's é, z'is dood".
En de andere "Vor zo'n match, hoe da je de koorte nie aan één van je familie
gegeven hèd".
"Da zoe nie holpen hèn", zei Baziel, "ze zien ollemolle no de begravienge".
 
 
Baziel (91)
 
Baziel: "Je ziet er zo triestig uut Hektor. Go't nie?"
Hektor: "'t Is deur me vrouwe é. Ze sprikt olsan mo van heur vroeger vint".
Baziel: "J'è gie nog chance. Zulma klapt olsan van heur volgende vint".
 
 
Baziel (92)
 
Baziel was moeizaam aan het klimmen op een openstaande slagboom.
"Wat doe je?" vroeg Hektor.
"Zie je da nie" zei Baziel, "die slagboom meten".
Hektor: "Worom leg je hem do voren nie plat?"
Baziel: "Gie dwozen, 't is de langte nie da ze moeten weten, 't is d'hoogte".
 
 
Baziel (93)
 
Baziel werd opgeroepen voor het leger.
In 't Klein Kasteeltje vroegen ze hem: "Wat verkies je, 't voetvolk of 't
paardevolk?"
Baziel: "Os het vo joender geliek is, stik me ton mo bie 't vrouvolk".
 
Baziel (94)
 
Baziel en Zulma kregen maar geen kindjes.
De dokter had hun al vaak uiteengezet hoe daarvoor moest worden tewerk gegaan, maar tevergeefs. Baziel begreep het niet.
Ten einde raad zei de dokter: "Allé Zulma, je kleren uit".
Hij deed hetzelfde en gaf aanschouwelijk onderricht.
"Heb je dat nu goed gezien Baziel?"
"Ja, meneere den dokteur".
"Ehwel, we gaan da nu alzo drie keren per week doen, Baziel. Goed verstaan?"
"Ja Menere den dokteur..En go je dorvoren nor huus komen, of moet 'k ze
briengen?"
 
 
Baziel (95)
 
De dokter zegde tot Baziel: "Als je zo verder drinkt, zul je nooit oud worden".
Antwoordde Baziel: "'k Gon ton mor beter voortdoen. 'k Bluuven ik liever joeng".
 
 
Baziel (96)
 
Baziel :"Je moet e ki peizen. Zulma bluuft toch zeker wel olle nachten ip toe
ten tweên, ten drieën. Dat is nie mè te doen".
Hektor: " En waarom doet ze dat?"
Baziel: "Ehwel, ze zit te wachten toe da 'k thuus kommen".
 
 
Baziel (97)
 
Baziel kwam het commissariaat binnen gelopen:
"Commissaris, stik me zere in 't cachot.
'k Hen e blompot ip Zulma heur kop kapot geslegen".
"Zo", zei de commissaris, "en is ze dood"?
Baziel: "Juuste nie. Ze zit achter me vo me te pakken".
 
 
 
 
 
Baziel (98)
 
Baziel werd ingeschreven als werkzoekende.
Vroeg de ambtenaar: "En wat is je beroep?"
Baziel: "Ik jagen ip everzwijns in Brugge".
De ambtenaar: "Maar er zijn toch geen everzwijns in Brugge!"
Baziel: "En worom peis je wel da'k moeten gon doppen?"
 
 
Baziel (99)
 
Hektor: "Ga je nie mee naar den Barbier van Sevilla?"
Baziel: " 'k Peinzen van nie, 'k scheiren ik mien met den elektriek".
 
 
Baziel (100)
 
Baziel ging de lingeriewinkel binnen.
Baziel: " 't Is vor een hemde".
De verkoper: " Eén zoals mijn hemd?"
Baziel: "Neen, een properen".
 
 
Baziel (101)
 
Hektor: "Ben je ziek Baziel?"
Baziel: "Worom?"
Hektor: "Wel omdat je buitenkomt van bij de apotheker".
Baziel: "En most ik van 't kerkhof kommen, zoe je ton peinzen da'k dood zien?"
 
 
Baziel (102)
 
Zegde Baziel tegen Zulma:
"Got e ki no de wienkel achter e pakstjie toebak vo me."
Zulma: "In zo'n weer zeker! Je zoudt er nog geen hoend deure jagen."
Baziel: " 'k Zeggen ik toch nie da je den hoend moe mee doen."
 
 
 
 
 
Baziel (103)
 
Vroeg Baziel: "Een stik zepe ost je blieft".
De verkoopster: "Moet dat toiletzeep zijn?".
Baziel: "Mo ba neen't, 't is vo m'n oonzichte".
 
 
Baziel (104)
 
Toen Baziel thuis kwam vroeg Zulma: "Hoeveel heb je d'er nu weer gedronken?"
Baziel: "Zulma, 'k gon ik ip café vor e pientje te drinken en nie vo te leren
tellen".
 
 
Baziel (105)
 
Zei Zulma aan Baziel: "Zou je geen werk zoeken?"
's Anderendaags kwam hij vrolijk thuis: "Zulma, 'k hen werk gevoenden.
En je mag morgen ol begunnen."
 
 
Baziel (106)
 
Baziel en Hektor stonden geprangd tussen veel andere reizigers achteraan op de bus.
Nam Baziel plots zijn glazen oog uit de holte, toste hem de lucht in, ving hem weer op en stak hem terug in de oogholte.
"Wat doe je daar nu?" vroeg Hektor.
Baziel: " E ki kieken os 't er dikkers ol voren geen platse is".
 
 
Baziel (107)
 
De pastoor zegde: "Elk moet zijn kruis dragen in het leven"
Baziel zuchtte: "En mien kruusse zit dor in de keuken".
 
 
Baziel (108)
 
Baziel: "Meneer den dokteur, 'k hen e probleem. 'k Vergeten olsan olles"
De dokter: "Zo, en sedert wanneer heb je dat probleem?"
Baziel: "Waffer probleem?"
Baziel (109)
 
Baziel kwam in de nacht zwaar aangeschoten thuis.
Voor het slapen gaan moest hij dagelijks zijn glazen oog uit de holte halen en in een reinigend glas water dompelen.
Met zijn zatte kop vergiste hij zich van oog en trok het goede uit.
Zei Baziel: "Nè, de plomb spriengt".
 
 
Baziel (110)
 
Baziel was soldaat in de grote oorlog.
Hij moest de lijken van het slagveld halen.
Terwijl hij ze op een kar aan het laden was, riep er daar één:
"Auw stop, ik ben ekkik niet dood".
Baziel: "Go je gie e ki zwiegen, ze zoen dat hier ollemolle kunnen zeggen".
 
 
Baziel (111)
 
Baziel kwam door het platgelegde Ieper gereden met zijn kar vol soldatenlijken.
Kwam daar plots Emerance hem achterna gelopen:
"Baziel d'er ligt dor bie mien een Duits liek te stienken. J'is ol acht dagen
dood. Pakt hem e ki zere mee".
Baziel: "Mor Emerance, je ziet toch da me karre vul ligt. 'k Gon hem ten nooste weke kommen hollen".
Emerance verleidde hem in haar keuken, schonk enkele borrels, tot Baziel
grootmoedig toegaf. "Kiek", zegde hij, "'k gon jen Duutschman mee doen en 'k gon een verschen ofleggen".
 
 
Baziel (112)
 
Baziel moest psychologische testen afleggen bij de Arbeidsbemiddeling.
De psycholoog toonde hem een plaat met driehoeken er op en vroeg waar dit Baziel aan deed denken. "An blote wuuven", zei Baziel.
Vervolgens een plaat met vierkantjes. "En dit?" " An blote wuuven", zei Baziel.
Daarna een plaat met cirkels: "En dit?" "Ook aan blote wuuven", zei Baziel.
"Maar Baziel", zei de psycholoog, "je bent seksueel geobsedeerd".
Baziel: "Ja 't go nog mien schuld zien, gie met ol je vuule tekeningsties".
 
 
Baziel (113)
 
Hektor vond Baziel op een bank in het park, met een briefje van 100 fr naast zich.
"En?", vroeg Hektor.
" 'k Hen gehoord", zei Baziel, "os je 100 fr ip den bank legt, wordt dat
zoender da je moe entwadde doen 105 fr."
 
 
Baziel (114)
 
Baziel zat aardappelen te schillen.
"Waar is Zulma?" vroeg Hektor.
"Z'is boven, go mor" antwoordde Baziel.
Een paar ogenblikken later stormde Hektor de trappen af: "Baziel, Zulma ligt do met een vrimde vint in heur bedde!".
Baziel: " 't Is best da je 't zegt, 'k gon nog rap e petatjie meer schellen".
 
 
Baziel (115)
 
Baziel was in proces met Dieudonné.
Aan zijn advocaat zegde hij: " 'k Hen do nog een schoon hespe, 'k gon da
bezorgen aan de juge, je got die ton wel vor ons zien".
"Als je dat doet Baziel" antwoordde de advocaat, "ben je op voorhand verloren.
Een rechter laat zich niet omkopen, hij zal je integendeel zwaar straffen".
De dag van het proces.
Zegde Baziel aan de ingang van het gerechtshof: "Meestere, van die hespe
gesproken, 'k hen da ton olgeliek no de juge gezonden".
Zegde de advocaat: "Ja, dan is het zelfs de moeite niet dat ik ga pleiten, we
zijn op voorhand verloren".
"Ja mor", antwoordde Baziel, " 'k hen d'er e visietekartjie bie gedoon van
Dieudonné".
 
 
 
 
 
 
 
 
Baziel (116)
 
Baziel was sergeant geworden.
Hij liet zijn peloton aanrukken en riep hen toe:
"Vor vandage hen ik e bitjie goe nieuws en e bitjie slicht nieuws.
Eerst het slicht nieuws: me gon vandage duust zakstjies mè zand vullen."
Gemor van de soldaten.
"En nu komt het goe nieuws: d'er is zand genoeg".
 
 
Baziel (117)
 
Baziel kwam bij de dokter.
Zegde die: "Ehwel Baziel, 't is lang geleden dat je op consultatie gekomen
bent".
Baziel: " 'k En kosten nie kommen meneer den dokteur, 'k hèn toch zo ziek
gewist".
 
 
Baziel (118)
 
De rechter: Beken je dat je Dieudonné bont en blauw geslagen hebt?
Baziel: "Da weet ekik nie, mijnhere de juge"
Rechter: "Hoe ge weet dat niet?"
Baziel: " 'k Zien ik kleurenblend".
 
 
Baziel (119)
 
Hektor zag Baziel met zijn autootje in achteruit de berg oprijden.
"Wat doe je daar?" vroeg hij.
Baziel: "Ze zeggen da je do boven nie veel platse hèt vo te drooien en mè mien auto èk ik veel platse nodig. Zo 'k gon vo olle zekerheid mor achteruut rien."
Een uur later was hij daar terug, de berg af, maar weer in achteruit.
Baziel: "Zè me were liggen hèt é. 't Was dor ol de platse van de weireld vo te
drooien".
 
 
 
 
 
 
Baziel (120)
 
Baziel zat met zijn kameraden in de kroeg en het beloofde druk te worden met het 'trakteren'.
Op een ongewoon vroeg uur zegde hij plots "Elk z'n goen avond".
De anderen: "Hoe, zie je ol weg?"
Baziel: "Bielange nie, mor 'k zeggen goen avond binst dat 'k joender nog
erkennnen".
 
 
Baziel (121)
 
Midden in de nacht een telefoon. Verkeerd nummer. De man excuseerde zich.
"Da gif nie", zei Baziel, " 'k mosten toch ipstoon vo den tilifon".
 
 
Baziel (122)
 
Jules was ver in de negentig.
Baziel vroeg hem: "Hoe doe je da vo zo oed te worden?"
Zegde Jules: " 'k En smoren nie, 'k en drienken nie en 'k en lopen nie achter
de vrouwen".
Baziel: "Mo Jules toch, worom moe je gie ton zo lange leven?"
 
 
Baziel (123)
 
Baziel ging eens naar de Tyrol.
Hij trok de bergen in, hoog en eenzaam.
Plots ontmoette hij een andere bergganger, die hem begroette: "Grüss Gott".
Antwoordde Baziel: "Hoe, zitten me ol zo hoge?"
 
 
Baziel (124)
 
Zulma en Baziel zaten naar een TV-uitzending te kijken over de gevaren en de nare gevolgen van het overmatig drinken van alcohol.
Toen de uitzending afgelopen was, stond Baziel zenuwachtig recht, liep wat rond te morrelen en riep plots: " 't Is gedoon dermee".
"Ah", vroeg Zulma vol blijdschap, "go je eindelik iphoeden van drienken?".
" 't Is da nie", antwoordde Baziel, " 't is dien televisie die go
buutenvliegen".
 
Baziel (125)
 
Een steenrijke man was overleden.
Bij het graf stond Baziel te huilen, te janken, met zijn kop te schudden.
De begrafenisondernemer vroeg: "Zijt gij van de familie?"
"E wè bah neen ik", zei Baziel, " 't is dorom da'k azo schreemen".
 
 
Baziel (126)
 
Tijdens de oorlog was er luchtalarm en waren ze op weg naar de schuilkelder.
Plots riep Zulma: " 'k Hen men volsche tanden vergeten".
Zegde Baziel: "Peis je gie misschien da ze gon koeken smieten?"
 
 
Baziel (127)
 
Zulma: "Baziel, doet e ki de venster toe, 't is buuten koed".
Baziel: "En os de veinster toe is, got het ton buuten warme worden misschien?"
 
 
Baziel (128)
 
Baziel tegen Hektor: "Me zien malkoor olle dagen, sedert zovele joren en nog nooit è je ki gevraagd hoe dat 't was mè me".
Zei Hektor: "Ehwel Baziel, hoe is 't mè je?"
"Och", zei Baziel, "sprikt er me nie van".
 
 
Baziel (129)
 
Baziel zag een pastoor met een 'col romain'.
"Wa wil da zeggen, zo'n averechtse col?' vroeg hij.
"Dit wil zeggen dat ik Vader ben" antwoordde de priester.
" 'k Zien ik ook voder", zei Baziel, "mo 'k dragen ik mien kol nie averechts."
"Ja maar", lachte de pastoor, "ik ben Vader van duizenden".
Zei Baziel: "Zoe je ton nie beter je broek averechts andoen?"
 
 
 
Baziel (130)
 
Baziel had zich gevestigd als groothandelaar en had een grote frigowagen
gekocht.
Hektor kwam een kijkje nemen.
Al wat hij zag in die grote koelcontainer, was één enkele banaan.
Zei hij tegen Baziel: "Peis je gie da je dormee